Column (nummer 2) van Koen-Machiel van de Wetering (zietekst) als reactie op het boekje Bomen (onderdeel van De verte voorbij):
Het goede voorbeeld
Ik voel me rusteloos vandaag. Opgejaagd, ontevreden, druk in mijn hoofd. En als ik me zo voel, zo is mij verteld, dan moet ik proberen mijn aandacht terug te brengen naar m’n lichaam. Dus:
Stressconsultants voorspellen dat ik me dan na een tijdje vanzelf rustiger ga voelen. Als ik er dus voor kies om een oefening te doen, als ik eerst rustig genoeg word in mijn hoofd om te beseffen dat die oefening goed voor me zou zijn.
Een vriend van me heeft geen stressconsultant nodig. Hij heeft een hond. En omdat hij een hond heeft, komt hij elke dag buiten. Dat doet een hond met je: hij zet “WANDELEN” met hoofdletters in je agenda. Elke dag. Het liefst natuurlijk in een hondvriendelijke omgeving, een bos of zo. En als mijn vriend daar dan rondloopt, in een bos of zo, dan wordt hij rustig als hij een boom ziet.
Kijk, zegt hij, die boom staat daar mooi te staan, zich van geen kwaad bewust. En dat is inderdaad een rustgevende gedachte. Een boom hoeft niks van je, vraagt je niks, valt je niet lastig. Hij wil geen functioneringsgesprek met je voeren, hoeft je niks te verkopen, uit geen kritiek, vindt niet dat je eigenlijk iemand anders zou moeten zijn. Hij wil geen afspraak maken, en ook geen indruk, waarom zou hij, het verandert niets. Hij staat daar gewoon. Met zijn voeten stevig op de grond, zijn rug rechtop en zijn hoofd hoog in de lucht.
Serene boom, was ik maar zoals jij! Dan hoefde ik niet het bos in om tot rust te komen, maar was ik daar al. Dan haalde ik gewoon diep adem en wachtte rustig af wie bij me langs zou komen. Op sommige dagen zou ik niemand zien, op andere dagen een heleboel mensen. Het maakt me niet uit, het is me om het even. Als een wandelaar me aankijkt, glimlach ik. Als een kind even tegen me aan wil zitten, dan laat ik dat toe. En als een vormgever een foto van me wil maken, dan poseer ik beleefd. Ja hoor, vreemde tweevoeter, doe wat je wil, neem je tijd. En als je niet tevreden bent met je plaatje, kom dan gerust nog een keer terug. Morgen ben ik er ook. Ik ga nergens heen. Ik sta hier best.
Bestel: BOMEN of de gehele cassette DE VERTE VOORBIJ in de bookshop
Column van Koen-Machiel van de Wetering (zietekst) als reactie op het boekje Anatolische akkers:
Aan tafel!
Als ik aan de natuur denk, dan denk ik aan een haarscherpe close-up van een prachtige Sumatraanse tijger in een van alle kanten bedreigd tropisch regenwoud. Of aan een uniek shot – waar de filmploeg máánden op heeft gewacht – van een dolverliefde paradijsvogel. Of, vooruit, aan wilde Freekie, die uit zijn dak gaat als hij een groene boomhagedis spot.
De natuur, die moet groots en meeslepend zijn. Want zo zijn we nu eenmaal geprogrammeerd. De natuur zien we het liefst in vol ornaat, met een enthousiaste beat eronder, of een gevoelig kwartetje strijkers, afhankelijk van het gevoel dat op de kijker moet worden overgebracht. En als we zelf de natuur ingaan, willen we ook graag beeindruckt raken. Vogelaars zoeken zéldzame vogels, bergbeklimmers een nóg hogere top, vissers laten zich fotograferen met de grootste zwaardvis die ze maar te pakken konden krijgen. Meer is beter!
Dus als ik aan de natuur denk, dan denk ik nooit aan akkers. Landbouwgrond… dat is toch precies het tegenovergestelde van natuur? Akkers zijn die plekken waar Moedertje Aarde genadeloos is verslagen, op haar zielige gat ligt en zuchtend afwacht wat komen gaat. Daarom haal ik mijn neus op voor alle maïsvelden, bietenakkers en palmolieplantages van deze wereld. Leuk hoor, al die nuttige gewassen, maar het zijn er veel te veel en ze staan allemaal op één plek. Boeien! Dus snel een ticket naar Borneo alsjeblieft, we hebben betere dingen te doen.
Maar dan krijg ik op een dag een klein boekje onder ogen, met een hemelsblauwe kaft. ANATOLISCHE AKKERS staat erop, en erin staan foto’s van akkers zo ver het oog reikt. Ik zie omgewoelde klei, een wolkenloze hemel, geduldig toekijkende bergen en restanten van harde stengels, beroofd van hun voedzame aar. De akkers zien eruit alsof ze al er duizenden jaren zo bij liggen. En misschien is dat ook wel zo.
En het eerste wat ik denk is: de wereld is helemaal geen schouwspel. Nee, het is een tafel. Een tafel waaraan iedereen kan aanschuiven, die ons allemaal kan voeden. Het enige wat we hoeven te doen, is die tafel een beetje subtiel inrichten, met niet te veel zilverwerk. En ons een beetje gedragen. Niet te gulzig opscheppen dus, niet overdreven boeren of smakken, een beetje met aandacht eten, hap voor hap. En vooral wat overlaten voor diegenen die óók trek hebben. Dan zal de aarde nooit ophouden ons te voeden.
Wel jammer voor die wilde dieren natuurlijk, dat wel. Die voelen zich op een graanveld niet erg senang. Maar mocht ik ooit op een Anatolische akker een Sumatraanse tijger tegenkomen, dan zal ik in ieder geval niet meteen een foto van hem maken en die opgewonden aan al mijn vrienden appen. Nee, dan zal ik hem beleefd vragen of hij ook een bordje gerstepap blieft. Tast toe vriend… er is genoeg voor iedereen!
Bestel: ANATOLISCHE AKKERS of de gehele cassette DE VERTE VOORBIJ in de bookshop